Detlev van Heest aan De Groene Amsterdammer, donderdag 2 juli 2026
In De Groene Amsterdammer van 2 juli 2026 besprak Elsbeth Etty onder de kop ‘Plassen, slapen, ontwaken’ Het zwijgen, het afsluitende dagboekdeel van J.J. Voskuil. Om haar rancuneuze kritiek in perspectief te zien, verwijs ik naar Arme drommels. Kritik der Unvernunft, een in 2023 verschenen bibliofiel boekje, gedrukt door wijlen Nop Maas, van Lousje Voskuil-Haspers en mij, waarvan de tekst op www.hofvanjan.nl/arme-drommels gratis te lezen is.
Haelen, Detlev van Heest
De Groene Amsterdammer besloot bovenstaande ingezonden brief niet te plaatsen met een beroep op ruimtegebrek.
Onderstaand stuk verscheen Onder de Korenmaat, oktober 2023
Lousje Voskuil-Haspers aan NRC Handelsblad, vrijdag 10 april 2009
Op de recensie van Elsbeth Etty over ‘Binnen de huid’ van mijn man heb ik een en ander te zeggen. Haar conclusie is: ‘Paul en Rosalie blijven qua beschaving, stijl en levenskunst veruit superieur aan de bekrompen zelfzuchtige Koninkjes.’ Ik vermoed dat dit niet haar conclusie is, maar de premisse van waaruit zij haar recensie schreef. Dat is een gevaarlijke premisse. Eigenlijk hoort men zo’n recensie niet te schrijven. Haar conclusie is dat Maarten opgesloten zit in een ‘vreugdeloos huwelijk’. De enige voor wie Maarten zich interesseert, is Maarten; ‘een vriend, minnaar en echtgenoot die niets te bieden heeft en anderen slechts gebruikt om er zelf beter van te worden.’ Ik meen, als echtgenote, het recht te hebben dit te weerleggen. Wij hadden geen vreugdeloos huwelijk. Mijn man had mij, zowel als echtgenoot als als minnaar, alles te bieden waaraan ik behoefte had. Hij heeft nooit de behoefte gehad er zelf beter van te worden.
Ik vermoed dat de passage van mevrouw Etty over ‘de onmachtige Maarten Koning, die er maar niet in slaagt de echtgenote van zijn beste vriend in bed te krijgen’ op dergelijke platte opvattingen over liefde gebaseerd is. In het hele boek wordt niet gerept over dergelijke pogingen. Dat daar andere redenen voor zouden kunnen zijn zal in haar beperkte belevingswereld geen rol spelen. Het boek gaat over de meer existentiële waarden in het leven. Dat Rosalie in dit boek vernietigd zou worden is absurd. Dat ze al eerder vernietigd zou zijn, namelijk in een Jappenkamp, en dat ze dus haar hele verdere leven zou moeten worden ontzien, men kan zich haast niet voorstellen dat iemand met enige intelligentie een dergelijk argument gebruikt.
Amsterdam, Lousje Voskuil-Haspers
Deze brief werd geplaatst op 17 april 2009
***
Detlev van Heest aan NRC Handelsblad, vrijdag 10 april 2009
In NRC Handelsblad van vrijdag 10 april besprak Elsbeth Etty het postuum verschenen ‘Binnen de huid’ van J.J. Voskuil. Zij maakt van haar recensie onbedoeld een parodie van een boekbespreking. Tegen domheid valt niets te beginnen, evenmin tegen boosaardigheid. Eén ding kan echter niet onbeantwoord blijven. Mevrouw Etty stelt dat Voskuil ‘een vriend’ was ‘die niets te bieden had’. Een variant op deze mening ventileerde zij in haar bespreking van een eerder boek van Voskuil. Op 20 maart 2007 schreef zij in NRC Handelsblad: ‘Het moet verschrikkelijk zijn te behoren tot de “vrienden” van Voskuil. Hij portretteert de arme drommels in al hun gekte en geeft zonder scrupules hun intiemste confidenties prijs.’
Had Han Voskuil ons niets te bieden? Was het verschrikkelijk om bevriend met hem te zijn? Het antwoord hierop vindt iedereen die wél lezen kan in de boeken van Frida Vogels en Bert Weijde, in het Tirade-nummer dat naar aanleiding van Voskuils dood verscheen en in zijn eigen boeken. En als dat nog niet duidelijk genoeg is: Han Voskuil was een geweldige vriend, voor wie in de vriendschap geen grenzen bestonden, die bereid was zich volledig bloot te geven. In ‘Binnen de huid’, dat hij voor zijn vrouw en ook voor zijn vrienden schreef, biedt hij zichzelf. Ik ken geen grotere vriendendienst. Wie dat niet begrijpt kan opdonderen, mevrouw Etty voorop.
Amsterdam, Detlev van Heest
Deze brief werd niet geplaatst
***
Detlev van Heest aan Elsbeth Etty en NRC Handelsblad, 27 september 2010
Hooggeleerde mevrouw Etty,
Deze brief is in de eerste plaats aan u gericht. Tevens stuur ik hem aan de kunstredactie van uw krant, die vorige week een artikel van u plaatste over een ‘try-out’ van ‘Mensenkinderen’ op de dag dat het stuk in première ging, terwijl u bij mijn weten tot dan toe nimmer als toneelrecensent voor dit periodiek had gewerkt.
In deze krant, die reeds vele uren voor aanvang van de voorstelling in de kiosk lag, verklapte u voor de lezers van uw krant alvast de afloop van het stuk – een doodzonde in literaire recensies – en besprak en interpreteerde u de inhoud ervan, mede aan de hand van een aantal citaten van de twee hoofdrolspelers. Deze bespreking van het toneelstuk nog voor de première was mijns inziens een novum voor uw krant.
Al zeker drieëneenhalf jaar is er een persoonlijk getinte, om niet te zeggen insinuerende en sterk animale tendens in uw stukken over J.J. Voskuil in NRC Handelsblad, een krant die zegt naar objectiviteit te streven en de hoogste journalistieke normen te huldigen: meningen worden waar dat gaat aan de feiten getoetst en steeds is er wederhoor.
In maart 2007 werd in NRC Handelsblad uw bespreking van ‘Onder andere’ geplaatst. Deze bundel van Voskuil bevatte een aantal portretten van zijn vrienden. U schreef: ‘Het moet verschrikkelijk zijn te behoren tot de “vrienden” van Voskuil. Hij portretteert de arme drommels in al hun gekte en geeft zonder scrupules hun intiemste confidenties prijs.’ Voskuil kon alleen bevriend zijn met mensen aan wie hij superieur was, analyseerde u.
U herinnert zich misschien dat ik als vriend van Voskuil op uw recensie reageerde. Om uw geheugen op te frissen, schrijf ik mijn briefje over:
Arnhem, 22 maart ’07
Geachte mevrouw Etty,
Met uw bespreking onlangs van J.J. Voskuils meesterlijke ‘Onder andere’ hebt u ons een groot plezier gedaan, waarvoor hartelijk dank. Eindelijk hoeven wij ons als labiele vrienden van Voskuil niet meer miskend te voelen! Enige kanttekening die bij de recensie te maken valt – de mens moet immers streven naar volkomenheid – is dat u misschien in het vervolg het besproken boek eerst leest.
Met grote achting en vriendelijke groeten,
Detlev van Heest
PS Het staat u vrij deze brief aan de redactie Opinie te geven ter publicatie in de brievenrubriek.
Mijn briefje werd niet gepubliceerd in uw krant.
Uw bespreking had gevolgen. Han Voskuil was er diep door gekrenkt. De oude vriendschap tussen hem en Kees Vogels, aan wie het langste portret gewijd was en bij wie ik destijds inwoonde, eindigde er zelfs door, nadat Vogels het boek niet meer durfde lezen toen hem over uw recensie werd verteld.
Op 1 mei 2008 stierf Voskuil. Zijn overlijden werd op wens van zijn weduwe niet aan de pers gemeld. Zij wilde eerst familie, vrienden en kennissen door middel van rouwkaarten en -advertenties op de hoogte brengen. U kreeg er lucht van en belde haar op. In de interneteditie van uw krant die op zondag 4 mei kon worden geraadpleegd, liet u haar zeggen dat haar man 1 mei, de Dag van de Arbeid, bewust had gekozen als sterfdag. Toen zij dit vernam, heeft zij u opgebeld om te voorkomen dat deze onzin maandag 5 mei ook in de papieren editie van uw krant zou verschijnen. U maakte er in die maandagkrant van: ‘Zijn echtgenote Lousje Voskuil-Haspers noemt het toeval dat zijn dood samenviel met de socialistische feestdag 1 mei.’ Niettemin was het kwaad geschied. U had met uw internetbericht de primeur; de overige pers schreef bij gebrek aan andere bronnen daaruit over dat Voskuil de Dag van de Arbeid bewust als sterfdag had gekozen.
Bij de begrafenis ontmoette ik u. Ik gaf u een van mijn omzwachtelde handen en complimenteerde u met uw recente berichtgeving.
Op 10 april 2009 plaatste NRC Handelsblad uw bespreking van ‘Binnen de huid’. Evenals in uw bespreking van ‘Onder andere’ koos u hierin voor de Vent-benadering en keerde u zich impliciet tegen de door de levenskunstenaar/professor J.J. Oversteegen beleden Vorm-beoordeling van literair werk. ‘Binnen de huid’ bestempelde u als een ‘wraakoefening, onverbloemd gericht tegen zijn succesvolle “vriend” de neerlandicus J.J. Oversteegen (1926-1999) en diens echtgenote.’ Voskuil of diens alter ego Maarten Koning zat volgens u ‘gevangen in een vijandig non-erotisch huwelijk’. U noemde hem ‘impotent’ en sloot uw bespreking met: ‘Binnen de huid, waarin jaloezie en rancune de literatuur geweld aandoen, kan worden opgevat als de ultieme vernietigingsaanval, waarmee Voskuil beoogd heeft het leven van zijn voormalige vrienden te ruïneren.’
Zijn weduwe en ook Frida Vogels schreven in reactie hierop verontwaardigde brieven naar uw krant.
De brief van Vogels werd op 1 mei 2009 geplaatst.
***
Ook ik overwoog te reageren. Ik kwam echter tot de slotsom dat tegen domheid en kwade trouw geen kruid gewassen is.
Van Heest reageerde toen wel degelijk. Op vrijdag 10 april 2009 mailde hij zowel de brief van Lousje Voskuil-Haspers als de zijne naar de opinieredacties van NRC Handelsblad en NRC Next.
Vorige week ontfermde u zich dus in uw krant over Voskuils enige toneelstuk. In ‘Binnen de huid’, schreef u in uw toneelbespreking, ‘deed Voskuil verslag van zijn mislukte poging een relatie te beginnen met de verleidelijke vrouw van zijn beste vriend – een thema dat ook in het toneelstuk doorklinkt. In het stuk krijgen Karel en Klaartje bezoek van Karels beste vriend en zijn sexy vrouw Hester (…) Klaartje wordt gek van jaloezie en eist van haar man dat hij de vriendschap opzegt. In werkelijkheid, zoals beschreven in “Binnen de huid”, is dat ook gebeurd.’
U suggereerde hiermee dat Jaap Oversteegen model stond voor Karels beste vriend en Suus Oversteegen voor Hester. Dit is onjuist zoals navraag bij Lousje Voskuil, uitgeverij Van Oorschot, Kees Hulst of Els Ingeborg Smits u had kunnen leren. Karels beste vriend was gemodelleerd naar Jan Bruggeman, de Jan Breugelman uit Voskuils ‘Requiem voor een vriend’. En Hester kon dus niet Suus Oversteegen zijn. Navraag bij de weduwe of Van Oorschot had u ook kunnen leren dat Voskuil ‘Mensenkinderen’ in tegenstelling tot ‘Binnen de huid’ nog bij leven heeft proberen te publiceren.
Onjuist in uw toneelbespreking is ook wat u stelt over het einde van de vriendschap tussen de Oversteegens en de Voskuilen. In ‘Binnen de huid’ is dat einde niet beschreven – misschien toch maar eens goed gaan lezen. Die vriendschap is langzaam doodgebloed. Er was geen sprake van dat Lousje Voskuil van haar man eiste dat hij de vriendschap met Jaap Oversteegen zou termineren; deze eis is absurd in het licht van de amoureuze relatie die in de ‘Binnen de huid’-tijd bestond tussen Jaap Oversteegen en Lousje Voskuil.
Wat Voskuil hoorde en zag schreef hij droog en zakelijk op. Hij schreef alsof hij proces-verbaal opmaakte. Hij gaf de voorkeur aan zintuiglijke waarnemingen boven interpretaties en gepsychologiseer. Introspectie ontbreekt grotendeels in zijn boeken, ‘Binnen de huid’ daargelaten. Om desondanks te kunnen schrijven wat hem bewoog, had hij de gesprekken met zijn vrouw nodig, die door haar eigenaardigheden en vooral door de geringe ruimte tussen haar beginselen en levenswijze, een uitwendig geweten voor hem was. De gesprekken met haar die hij voor dit doel gebruikte, werden dialogen waarin wrijving en botsing was. Voor uw gemak noem ik deze aanpak huwelijksdialectiek. U zou deze methode goed moeten kunnen begrijpen, aangezien u een belangrijk deel van uw leven heil hebt gezocht in het communisme, een geloofsrichting waarin de dialectiek als een belangrijk verhelderend instrument geldt. Het overgrote deel van hun gesprekken was voor hem niet bruikbaar. Dat leverde een ondankbare rol op voor Lousje Voskuil, die u zo graag wegzet als helleveeg.
Van het huwelijk van Han en Lousje Voskuil hebt u geen kaas gegeten. Ik heb ze geruime tijd van nabij meegemaakt en kunnen vaststellen dat ze een jaloersmakende ongewone relatie hadden. Han Voskuil was een gelukkige man aan de zijde van zijn echtgenote, zonder wie hij geen boeken of heel andere boeken had geschreven.
Het maakt me niet uit wat u in uw krant met mijn boeken doet of laat doen. Ik kan me verweren als ik daar behoefte aan zou hebben. Han Voskuil kan dat niet meer. Ik verzoek u zijn weduwe en zijn nagedachtenis voortaan met rust te laten.
Altijd tot wederdiensten bereid.
Detlev van Heest
NB Ik heb er geen bezwaar tegen als u of de kunstredactie deze brief aan de opinieredactie ter publicatie geeft, met dien verstande dat hij alleen in integrale, dus ongewijzigde vorm gepubliceerd mag worden.
Deze brief werd niet gepubliceerd.
***
Deze tekst van Arme drommels. Kritik der Unvernunft, werd in de herfst van 2023 met de hand gezet uit de Spectrum en de Albertus en in ruim honderd exemplaren gedrukt onder de Korenmaat.
De lino’s van J.J. Voskuil en een kerkinterieur te Godlinze (naar een foto van J.J. Voskuil of L.M.E.M. Voskuil-Haspers) die in de originele uitgave staan, werden vervaardigd door Pita Snoeck.
Dit door Nop Maas vervaardigde bibliofiele boekje is helaas uitverkocht.